Vier ogen principe

| |

Vierogenprincipe 

 

Het vierogenprincipe houdt in dat een volwassene altijd moet kunnen meekijken of meeluisteren met een beroepskracht in de kinderopvang.

Kinderopvang de Bolderkar geeft de volgende invulling aan het vier ogen principe en de preventie van misbruik. 

Op kinderopvang de Bolderkar streven wij ernaar om 2 pedagogisch medewerkers in de groep te hebben, maar als er niet genoeg kinderen zijn dan

kunnen we van dit streven afwijken. Wettelijk mag je bij halve groepen alleen op de groep. De wettelijke bepaling over de beroepskracht-kind-ratio is: 

 

1. Eén beroepskracht per vier kinderen in de leeftijd tot één jaar; 

2. Eén beroepskracht per vijf kinderen in de leeftijd van één tot twee jaar; 

3. Eén beroepskracht per zes kinderen in de leeftijd van twee tot drie jaar; 

4. Eén beroepskracht per acht kinderen in de leeftijd van drie tot vier jaar 

 

Verder is het Conform het “convenant kwaliteit” toegestaan per dag gedurende maximaal drie uur af te wijken van de beroepskracht-kind-ratio. 

Dit mag op de volgende tijden: 

 Voor 9.30 uur 

 Tussen 12.30 en 15.00 uur 

 Na 16.30 uur 

 

Breng en haal momenten tijdens de 3 uursregeling; Is de pedagogisch medewerker een half uur tot een uur alleen in de groep tot de 2e collega begint of de 1e collega naar huis gaat (rooster): tijdens deze drukke ‘verkeersuren’ is er een voortdurende inloop door ouders/verzorgers. 

Het onvoorspelbare karakter van de haal en brengsituaties (je weet niet exact wanneer een ouder/verzorger binnen- of langsloopt en hoeveel tegelijk etc.) verkleint het risico dat iemand zich onbespied of niet gecontroleerd zou kunnen voelen. 

Indien er één beroepskracht aanwezig is, is er een achterwacht geregeld. Deze kan binnen 15 minuten aanwezig zijn. 

 

 

Het reglement treedt in werking op 1 maart 2006 Aangepast op 1 januari 2016.